Jantine Kriens
De dilemma’s van alledag…, mei 2003

Marije en haar collega Hülya draaien samen een Piramide-groep op peuterspeelzaal Dikkertje Dap. In de groep is een Turkse tweeling. Beide ouders werken en oma komt de kinderen halen en brengen. Op een dag ziet oma dat Hülya Turks spreekt met de kinderen. Oma – die zelf geen Nederlands spreekt – ontsteekt in woede: “Jullie moeten de kinderen Nederlandse leren en nu snap ik waarom ze nog steeds geen Nederlands spreken”. Hülya probeert oma uit te leggen dat de kinderen huilden en dat ze ze even in het Turks geruststelde. Oma blijft woedend. Een paar Nederlandse moeders bemoeien zich ermee en spreken eveneens hun verontwaardiging uit over het feit dat Hülya Turks spreekt tegen de kinderen. Op advies van één van hen dient oma een klacht in. Hülya voelt zich onzeker en weet niet wat ze ermee aan moet. Marije probeert haar moed in te spreken en zegt dat Hülya er goed aan heeft gedaan de kinderen even in het Turks gerust te stellen: “Ze hielden toch op met huilen?”

De coördinator probeert te bemiddelen, maar oma houdt voet bij stuk en haalt uiteindelijk de kinderen van de peuterspeelzaal.

Een waar gebeurd verhaal, dat zich afspeelde in één van onze grote steden. In een notedop een aantal dilemma’s van de voor- en vroegschoolse periode. Oma en de ouders stellen de peuterspeelzaal verantwoordelijk voor het Nederlands leren, de Turkse leidster voelt zich onzeker, de Nederlandse moeders willen de eigen taal van de kinderen niet horen. Uiteindelijk zitten de kinderen weer gewoon thuis en zullen zij op hun vierde als onaanspreekbare kleuters beginnen in groep 1.

Voor de dagelijkse dilemma’s van peuterspeelzaalleidsters is in de grote verhalen dikwijls te weinig aandacht. Dat kan misschien niet anders, maar toch…

Zelden werd een zo grote beleidsoperatie in zo hoog tempo uitgevoerd. Dat is met veel vallen en opstaan gegaan. De veronderstelling van de rijksoverheid dat slechts programmakosten gesubsidieerd hoeven worden omdat er in gemeenten een infrastructuur van peuterspeelzalen bestaat of wordt aangelegd, bleek niet met de werkelijkheid overeen te komen. De infrastructuur moest dikwijls nog worden opgezet, leidsters moesten geschoold, samenwerking tussen peuterspeelzaal en basisschool geregisseerd. De keuze voor een programma bleek voor scholen en peuterspeelzalen veel meer voeten in de aarde te hebben dan verwacht en tegelijkertijd bleek de belangstelling van ouders zo groot dat wachtlijsten ontstonden.

Ook het lokaal bestuur kwam voor ingewikkelde dilemma’s te staan: moet je kiezen voor de moeilijkst te bereiken groepen of moet je vooral streven naar niet gesegrereerde peuterspeelzalen? Maar tellen die peuters die niet tot de doelgroep worden gerekend dan ook mee in de afrekening?

Inmiddels maakt de doelstelling voor de voor- en vroegschoolse educatie deel uit van het landelijk beleidskader onderwijsachterstanden. Uit een eerste analyse van de plannen blijkt dat gemeenten veruit de meeste middelen investeren in de voor- en vroegschoolse educatie. De programma’s Piramide en Kaleidoscoop blijken breed ingevoerd te worden en het ziet ernaar uit dat de doelstelling wordt gehaald: vijftig procent van de doelgroepleerlingen heeft effectieve voorschoolse programma’s gevolgd.

Nu het stof begint te dalen, is het goed je af te vragen wat goed loopt en wat anders moet. De wens van velen om de investeringen in de voor- en vroegschoolse periode als een opstap naar een basisvoorziening voor 0-6-jarigen te zien, zal niet bewaarheid worden. De economische ontwikkeling en bezuinigingen die voor de deur staan, hebben de politieke aandacht verlegd. Reden te meer om lokaal stil te staan bij wat is gerealiseerd en hoe je verder wilt. Aandacht voor de dagelijkse dilemma’s van de vele vrouwen als Marije en Hülya zou daarin niet mogen ontbreken.

In deze brochure vindt u praktijkvoorbeelden die u wellicht kunnen helpen bij de reflectie op uw eigen praktijk. Ik hoop dat u er kennis, inzicht en praktische tips uit kunt halen. Opdat de peuters en kleuters in uw gemeente het onderwijs vanaf groep 1 helemaal kunnen volgen.

mei 2003