Jantine Kriens
Kamerbreed is het beleid

“Kamerbreed is het beleid, zoals we dat nu aan het uitvoeren zijn gesteund. Natuurlijk zijn er op details verschillen van inzicht, maar ten aanzien van de grote lijn is iedereen het eens. En dat maakt de opdracht in de lopende vierjarige periode van het Landelijk Beleidskader, dan ook uitvoerbaar.

Effectiviteit van beleid en uitvoering

We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat we het beleid effectief uitvoeren: dat we ook werkelijk stappen voorwaarts maken op de weg van het bestrijden van onderwijsachterstanden. Natuurlijk weet ik van dichtbij dat de praktijk weerbarstig is. Maar we kunnen met de bestaande kennis, de ervaringen uit het verleden en alle inzet die er nu is, werkelijk verder komen. Dat vraagt een aantal essentiële veranderingen in de attitude van gemeenten, schoolbesturen en scholen:

  • we moeten duidelijke afspraken maken over wie wat doet en wat we willen bereiken;
  • we moeten ons houden aan de afspraken die we maken;
  • we moeten leren elkaar aan te spreken op die afspraken.

De komende jaren zullen de voortgang en de resultaten van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid kritisch worden gevolgd. Van gemeenten verwacht ik dat zij vooraf aangeven welke resultaten zij na willen streven en dat zij achteraf heldere verantwoordelijkheid afleggen Gemeente die –tegen de achtergrond van de doelstellingen van het landelijk beleidskader – te weinig ambitie aan de dag leggen, zullen daarop worden aangesproken.

Onlangs ontving ik het advies van de overleg- en adviescommissie die ingesteld was om het proces van Onderwijskansen te begeleiden, het LOOK. Deze commissie met vertegenwoordigers uit gemeenten en schoolbesturen heeft mij in tien punten geadviseerd om het onderwijsachterstandenbeleid lang de lijnen van datgene wat we geleerd hebben van onderwijskansen voor te zetten. En gelukkig hoef ik daarvoor het beleid helemaal niet te wijzigen: de verantwoordelijkheden zijn duidelijk, de werkwijzen van onderwijskansen worden breed gebruikt in de GOA-plannen, de wetenschap dat er meetbaar gewerkt moet worden in het belang van de effectiviteit, het zijn allemaal adviezen met behulp waarvan we de dingen beter kunnen zonder allerlei structuurdiscussies aan te gaan.

 En het LOOK levert nog een instrument waarmee de voortgang van het beleid eenvoudig bepaald kan worden: een systeem op internet dat snel werkt, veel papier voorkomt en de discussie over de verantwoordelijkheden van ieder stimuleert. U hoort daarover meer via het Transferpunt onderwijsachterstanden.

De boodschap van het LOOK zit naast deze adviezen en het instrument nog veel meer in de titel van het advies. Die titel luidt: De vrijblijvendheid voorbij…. Men bedoelt daarmee dat het maken van duidelijke afspraken en het meten van de effectiviteit van die afspraken geaccepteerd is, dat het meten van resultaten vanzelfsprekend geworden is en dat de gemeenten, schoolbesturen en scholen aangesproken kunnen worden op hun verantwoordelijkheid. Maar men bedoelt ook dat het tijd is om de urgentie van de onderwijsachterstanden opnieuw onder ogen te zien en de inzet voor het bestrijden ervan te intensiveren. Daarvoor moeten we voor de inhoud en organisatie van het onderwijs aanpakken, de bestaande middelen veel beter gebruiken en acties die we allang hadden kunnen uitvoeren, nu ook werkelijk inzetten.

Binnen de kring van de onderwijskansenscholen zie ik veel gebeuren. Het enthousiasme is groot. Dat komt omdat we de nadruk zo gelegd hebben op de basis: wat is er aan de hand in de school en wat kan de school daaraan doen met hulp van diegenen die ze daarvoor uit kiezen. Ik hoop dat deze nieuwe “generatie” onderwijskansenscholen die zelfde attitude zullen hebben. Dan wordt er een volgende stap gezet!

Samenwerking rijk, besturen en gemeenten

Door de inzet op onderwijskansen hebben we ook een nieuwe bladzij ingeslagen in de samenwerking tussen rijk, gemeenten, schoolbesturen en scholen. De decentralisatie en autonomievergroting hebben een stevige basis gekregen in de onderwijswetgeving. Het heeft een tijd geduurd voordat iedereen daar aan gewend is.

De erkenning van de wederzijdse rollen en verantwoordelijkheden, die nu op gang is gekomen, maakt het mogelijk om nieuwe samenwerkingsvormen te vinden. Natuurlijk is het nu de primaire taak van schoolbesturen en scholen om optimaal gebruik te maken van de ruimte die de autonomie-vergroting biedt. Natuurlijk is het de primaire taak van de gemeenten om in nauw overleg met de schoolbesturen de randvoorwaarden te scheppen voor de scholen, zowel in de onderwijsregelingen als in alle de school omringende regelingen en voorzieningen. Dat zijn de logische gevolgen van  decentralisatie en autonomievergroting.

Maar het is net zo vanzelfsprekend dat het rijk randvoorwaarden schept in de secundaire sfeer, in de ondersteuning. Daarin komt een nieuwe samenwerking tot stand tussen gemeenten, schoolbesturen en rijk.

Het Transferpunt Onderwijsachterstanden, dat in augustus het stokje van het PMPO heeft overgenomen gaat daaraan vorm en inhoud geven.

Opdrachten voor de komende jaren

Wat moeten we in de komende in het onderwijsachterstandenbeleid doen? U zult zeggen: die doelstellingen uit het LBK realiseren. Ja dat is zeker waar en dat zal veel krachtsinspanning vragen. Maar we moeten nog meer doen: we moeten er voor zorgen dat duidelijk is wat het onderwijs doet met de middelen die voor achterstandsbestrijding worden uitgegeven. We moeten zorgen dat de resultaten, die u dagelijks in de klas ziet gebeuren, ook werkelijk zichtbaar worden. We moeten zorgen dat we iedereen met een open vizier kunnen vertellen wat lukt en wat niet lukt. Er gebeurt heel veel in het onderwijs. We kunnen dus ook veel laten zien. Dat moeten we dan ook doen. Ik hoop dat u er als onderwijskansenscholen in slaagt om uw werk over het voetlicht te brengen met het vallen en opstaan dat daarbij ongetwijfeld aan de orde is. Maar we moeten het laten zien: de inzet, de problemen, de resultaten en de terugvallen, alles. Alleen dan kunnen we de samenleving nog meer er van overtuigen, dat het de moeite waard is om in het onderwijs te investeren.

Tot zover de minister.

Straks in de workshops kunt u al uw vragen stellen aan mensen die eerder in de praktijk bezig zijn geweest met de onderwijskansenaanpak. Maak daar volop gebruik van en participeer actief.

Ik zie u later op de dag weer terug

december 2002