Jantine Kriens
Verschuivende doelstellingen

Sinds 1998 is het onderwijsachterstandenbeleid een gezamenlijke aanpak van schoolbesturen en gemeenten. Beiden krijgen middelen en de bedoeling is dat zij een zodanig plan maken dat de doelstellingen van het Landelijk beleidskader onderwijsachterstanden worden gehaald.  Onder invloed van de discussies over meetbaarheid bevat het Landelijk beleidskader vier gekwantificeerde doelstellingen: vijftig procent van de doelgroepkinderen in effectieve voorschoolse programma’s, vijfentwintig procent minder taalachterstand, dertig procent  minder schoolverlaten en vier procent meer allochtone leerlingen in havo en vwo. Het Landelijk beleidskader loopt tot augustus 2006, maar inmiddels zijn zoveel wijzigingen in gang gezet dat het maar de vraag is of je in 2006 kunt vaststellen of het beleid ook tot de beoogde resultaten heeft geleid.

In de eerste plaats wordt per augustus 2005 100 miljoen euro bezuinigd. Die bezuiniging treft de gemeenten, al wordt wel verwacht dat de gemeenten vast blijven houden aan de doelstelling om vijftig procent van de doelgroepleerlingen in effectieve voorschoolse programma’s te krijgen. Dat betekent dat veel activiteiten van scholen en hun bondgenoten gestopt worden. Grote gemeenten krijgen overigens wel extra middelen, die zij moeten inzetten voor schakelklassen en voor veiligheid op scholen. Ten tweede worden gemeente en schoolbesturen niet langer verplicht om samen te werken. In veel gemeenten zal men desondanks afspraken blijven maken, maar niet overal. Ten derde hebben het integratiedebat en het veiligheidsdebat geleid tot accentverschuivingen. Waar het Landelijk beleidskader de nadruk legt op leerprestaties, worden nu burgerschap, het tegengaan van segregatie en het bevorderen van de veiligheid op scholen belangrijk. En ten slotte zal de gewichtenregeling worden aangepast. De minister stelt voor om het geboorteland van de ouders niet langer mee te wegen en om een verschuiving in de gewichten tot stand te brengen van de stad naar het platteland.

Eigenlijk verdedigt niemand met verve de bezuinigingen, ook de regeringspartijen niet. Bij de begrotingsbesprekingen in november zal blijken of het kennelijk gevoelde ongemak er werkelijk toe zal leiden dat de bezuinigingen ongedaan worden gemaakt. Ook de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en schoolbesturen is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Aanvankelijk zouden alle middelen naar de schoolbesturen gaan, maar inmiddels is duidelijk dat gemeenten wel degelijk verantwoordelijkheden houden, uitvoerend en als regisseur van de jeugdketen. Ook is nog onhelder in hoeverre burgerschap, desegregatie en veiligheid gaan concurreren met de doelstellingen van het Landelijk beleidskader. En de discussie over de gewichtenregeling zal in het najaar pas goed losbarsten. Kortom, de beleidsontwikkeling staat nog niet vast, en ieder die zijn stem laat horen en een goed voorstel heeft, heeft een kans om gehoord te worden.

juni 2004