Jantine Kriens
Het Schevenings Accoord

Het kabinet Balkenende heeft een aantal voornemens wat betreft het onderwijsachterstandenbeleid. Gewichtenmiddelen en gemeentelijke middelen worden gebundeld in één geldstroom naar schoolbesturen en voor de verdeling van de middelen wordt een toets naar feitelijke achterstand ontwikkeld. Vanaf 2004 moet bovendien 100 miljoen worden bezuinigd. Dat is nogal wat. Voor deze column beperk ik mij tot de samenwerking tussen schoolbesturen en gemeenten. Die samenwerking is nooit vanzelfsprekend geweest. Tussen gemeenten en schoolbesturen lag het compromis van de pacificatie: de gemeentelijke overheid zorgt voor het onderwijs voor allen en de schoolbesturen geven vorm en inhoud aan de vrijheid van onderwijs. Maar als maatschappelijke problemen de muren van de school overstijgen, willen gemeenten ook andere verantwoordelijkheden nemen. Naarmate de verzuilde netwerken in en om de school losser worden, doen scholen bovendien steeds meer een beroep op de lokale overheid. Onder invloed van de sociale vernieuwing en de grote steden problematiek, ontstond eind jaren tachtig de discussie over afspraken tussen gemeenten en schoolbesturen. De toenmalige staatssecretaris Wallage wilde dat gemeenten een regierol in het lokale onderwijs- en jeugdbeleid op zich zouden nemen. Gemeenten stelden terecht dat daar ook instrumenten bij horen. “Zonder instrumenten zal de gemeentelijke regierol een vorm van tandeloos bestuurlijk opbouwwerk zijn”, stelde de toenmalige vertegenwoordiger van de Vereniging Nederlandse gemeenten.

Begin jaren negentig maakten de besturenorganisaties, de Rijksoverheid en de Vereniging Nederlandse gemeenten, na langdurig beraad, afspraken in het zogenaamde Schevenings Accoord: schoolbesturen meer autonomie, openbaar onderwijs op afstand van de gemeente en in overleg ontwikkelen van lokaal onderwijs- en jeugdbeleid. Gemeenten werden verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting, inzet schoolbegeleiding en onderwijsachterstandenbeleid.

Met de voornemens van het kabinet Balkenende wordt gebroken met het Schevenings Accoord. Eerder gebeurde dat al door het vorige kabinet met de inzet schoolbegeleiding. Over de onderwijshuisvesting wordt nagedacht. Er is niets mis om oude afspraken af en toe tegen het licht te houden en te herijken. Ik hoop echter wel dat de basis blijft dat scholen onlosmakelijk zijn verbonden aan hun omgeving; dat zij recht hebben op gemeenten en besturen die hun verantwoordelijkheid nemen.  

oktober 2003