Jantine Kriens
Achterstanden zijn kleurenblind

Een klein wit schoolgebouw aan de rand van een weiland. Hoge ramen met uitzicht op grazende koeien. Twee lokalen met blonde blozende kindertjes en vriendelijke leerkrachten.  Het leek een plaatje uit Ot en Sien, die school in Ooststellingerwerf waar ik halverwege de jaren negentig op bezoek was. Een oud-ambtenaar van de gemeente Rotterdam had de wethouder van Rotterdam uitgenodigd voor een werkbezoek en ik mocht mee. Op de lange heenreis spraken we wat lacherig over de achterstandsproblematiek van Ooststellingerwerf. Stiekem beschouwden we dit werkbezoek als een ‘dagje uit’. Aanvankelijk leek alles wat we zagen onze vooroordelen te bevestigen: de ruimte van het landschap, de prachtige boerderijen en het rustige tempo van iedereen met wie we te maken hadden. Zo gaat dat met vooroordelen;  als je de verwondering niet toelaat, zie je alleen je eigen gelijk.

Het verhaal van Bart opende mijn ogen. Bart kwam uit een boerenfamilie, Zijn ouders hadden de grootste moeite om het hoofd boven water te houden. Voor heel weinig geld werd heel hard gewerkt. Op vierjarige leeftijd had Bart net zo’n taalachterstand ten opzichte van de gemiddelde Nederlandse kinderen als onze Rotterdamse Ahmed. Gewoon omdat er geen tijd en energie was om met elkaar te praten. Later die dag hoorde ik het verhaal over de geschiedenis van Ooststellingerwerf; de turfstekers, de rietvlechters en het politiek bewustzijn in deze streek. En opeens zag ik door de verschillen heen, de overeenkomsten. Beschaamd over onze arrogantie als stedelingen, hebben we op de terugweg niet zoveel gezegd.

Onlangs luidde ook het SCP de noodklok over de teruglopende leerprestaties van 0.25 leerlingen. Dat is volkomen terecht, maar 0.9 en 0.25 leerlingen moeten niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Wel moeten we komen tot een evenwichtige herijking van de gewichtengelden, zoals ook de Onderwijsraad onlangs heeft voorgesteld. Opdat steedse en dorpse, zwarte en witte, autochtone en allochtone kinderen alle kansen en mogelijkheden krijgen die zij nodig hebben om hun sluimerende talenten te ontplooien.

maart 2004