Jantine Kriens
CVO

Niet zo lang geleden vroeg iemand mij tijdens een forumdiscussie waar al die onderwijsinspanningen toe moeten leiden. Ik hoorde mezelf zeggen dat het er ‘natuurlijk’ om gaat dat je kinderen helpt een goed mens te worden. De forumdiscussie vond plaats in de weken na de moord van Gogh. Ik was kwaad, verbijsterd en verdrietig, net als iedereen. Twee beelden hielden me gevangen in die weken.  Het eerst beeld was van Theo van Gogh languit op het fietspad, zijn armen boven zijn hoofd en in zijn borst een mes. De latere informatie over een doorgesneden keel en de brief, maakten het beeld nog gruwelijker. Het tweede beeld was van de afgebrande Islamitische school in Uden. Een groet aan Theo van Gogh en White power op de muren, schriftjes waar de vlammen langs lekken. Ouders en kinderen die verbijsterd en met tranen in hun ogen staan te kijken.   

Nooit had ik de perversiteit van extremisme duidelijker gevoeld dan in die weken. De moslimextremist die deel uitmaakt van een groep mensen die in Algerije, Marokko, Turkije, Amerika, Europa enz. chaos probeert te organiseren door mensen te doden uit naam van Allah. Maar ook het extremisme van de lonsdale jongeren die hun dorpen van vreemde smetten vrij willen houden.

Collega-politici verdrongen elkaar voor de buis met flinke taal over ‘maatregelen die moeten worden genomen’ en dat ‘we dit niet meer pikken’.

Mij hield vooral de vraag bezig hoe een jong mens ertoe komt zich zo te verliezen in extremisme dat de ander geen medemens meer is? Waartoe voeden wij onze kinderen op en met welk doel onderwijzen we ze?

Terwijl ik het zei, besefte ik dat het helemaal niet zo ‘natuurlijk’ is om te zeggen dat onderwijs ertoe dient om kinderen te helpen een goed mens te worden. We spreken al jaren in neutrale termen als ‘actief burgerschap’. We doen net alsof het waar is dat leerkrachten kinderen taal en rekenen bij brengen, terwijl de ouders verantwoordelijk zijn voor de overdracht van waarden en normen. We hebben een bestel ontwikkeld dat volop ruimte heeft gegeven aan verscheidenheid en daarin waren we uniek in de wereld. Maar de tijden zijn veranderd. Toen was de eenheid vanzelfsprekend en moest de diversiteit bevochten worden. Nu is de diversiteit vanzelfsprekend en moet de eenheid bevochten worden.

Ik stel voor dat we over onze eigen schaduw heenstappen en afspreken dat de discussie over artikel 23 een schijngevecht is. Niemand kan het zich meer permitteren om kinderen uitsluitend op te laten groeien in de eigen kring. Een goed mens word je niet alleen in de geborgenheid van de eigen kring; zeker zo belangrijk zijn het vermogen om te schakelen tussen verschillende kringen, nieuwsgierig te zijn naar andersdenkenden en andersgelovigen en jezelf in de ander te herkennen. Dat is niet waardenloos en niet vrijblijvend. Laten we beginnen in Rotterdam. Wie doet er mee?