Jantine Kriens
De maatschappelijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen

In het onderwijsachterstandenbeleid ‘nieuwe stijl’verandert de relatie tussen gemeente en schoolbesturen. De samenwerking tussen beide zal niet langer bij wet worden afgedwongen. Gaan gemeenten en schoolbesturen nu weer ieder hun eigen weg? Ik denk het niet. Met de onderwijskansenaanpak – specifieke acties in specifieke situaties – is in de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met een type samenwerking dat verder gaat dan het ‘op overeenstemming gerichte overleg’ dat de wet voorschrijft. Tijdens een netwerkbijeenkomst vorig jaar, formuleerde een gemeenteambtenaar het aldus: “de kracht van de onderwijskansenaanpak is dat we nu over de gewone dingen praten en concrete problemen van concrete scholen proberen op te lossen”.

Begin jaren tachtig werd ik beleidsmedewerker bij de gemeente Rotterdam. De toenmalige wethouder onderwijs besefte dat Rotterdam voor een gigantische opgave stond om de nieuwkomers, die uit alle landen van de wereld naar Rotterdam kwamen, kansen te bieden. Hij besefte ook dat scholen daar een sleutelrol in hebben en besloot de ‘spraakmakende gemeente’van de schoolbesturen uit te nodigen. Hij daagde hen uit om te praten over hun visie op de ontwikkelingen van de stad en vraag hen naar de bijdrage die zij zelf konden leveren. Dat was het begin van een lange reeks goede gesprekken waarin telkens weer bleek dat de oude tegenstellingen tussen gemeente en schoolbesturen voor bijzonder onderwijs zonder moeite konden worden overbrugd. De toekomst van de stad en de kansen van de jeugd  werden als een gezamenlijk belang gevoeld. De bij wet afgedwongen samenwerking van de late jaren negentig heeft die Rotterdamse samenwerking niet versterkt en misschien wel verzwakt. Wat mij betreft is het onderwijsachterstandenbeleid ‘nieuwe stijl’ook een kans om de samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen te ‘ontbureacratiseren’ en weer terug te gaan naar de kern: samen werken, vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid, aan de toekomst van de jeugd.

februari 2004